Nieuwe richtlijn voor gevaarlijke vloeistoffen in tanks

Een PGS richtlijn gaat over specifieke activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ze beschrijft de belangrijkste risico’s ervan voor het milieu, externe veiligheid, brandveiligheid en de gezondheid en veiligheid van werknemers. De PGS 31 is een richtlijn voor ‘overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties’. Het is de opvolger van de conceptversie PGS 31 in ‘oude stijl’ uit 2015.

Regels voor opslag

In de PGS 31 staan regels over installaties voor de opslag van gevaarlijke vloeistoffen, anders dan verpakte chemicaliën en brandstoffen. Hierbij komen aan bod het ontwerpen, bouwen, gebruiken, onderhouden en inspecteren/herclassificeren van installaties. De PGS 31 richt zich in het bijzonder op:

  • Stationaire en niet-stationaire installaties (al dan niet met afleverinstallatie)
  • Bovengrondse en ondergrondse opslag
  • Inpandige en uitpandige opslag
  • Tankinstallaties met een inhoud van 0,3 m3 t/m 150 m3
  • Een IBC-container of transporttank die met vaste verbindingen is gekoppeld aan een installatie, met de bedoeling deze langere tijd aan de installatie te verbinden
  • Opslag van ADR gedefinieerde gevaarlijke vloeibare stoffen en mengsels
  • Opslag van vloeibare stoffen en mengsels die vanuit de CLP verordening (met regels over etikettering, gevaarsindeling en verpakking) de H-zinnen H340 (mutageen), H350 (kankerverwekkend) of H360 (reprotoxisch) voeren.

Eenduidigheid over opslag chemicaliën

Er was al langere tijd behoefte aan een richtlijn voor het ontwerp en de opslag van chemicaliën in tankinstallaties. Verschillende betrokkenen hebben in de loop der jaren initiatieven genomen om te komen tot een standaard. Net zoals bij de actualisatietrajecten van de richtlijnen PGS 28, PGS 29 en PGS 30 voor vloeibare brandstoffen. Voor enkele aspecten, bijvoorbeeld het ontwerp van de tank, zijn de uitgangspunten van de PGS 28, 29 en 30 ook bruikbaar voor de opslag van chemicaliën. Maar soms leidt dit ook tot onduidelijkheden, mede door de specifieke kennis die nodig is om te kunnen beoordelen of er sprake is van een veilige opslagvoorziening. De PGS 31 geeft eenduidigheid over de vereisten voor de opslag van chemicaliën en het ontwerp van tankinstallaties.

Aanvaardbaar beschermingsniveau

Het doel van de richtlijn is het realiseren van een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu. Het vereiste niveau hangt hierbij af van de stand der techniek. De PGS 31 beschrijft die stand der techniek voor arbeidsveiligheid, milieuveiligheid en brandveiligheid bij de drukloze, bovengrondse en ondergrondse opslag van gevaarlijke vloeibare stoffen en mengsels, in één of meer tanks. De stand der techniek is bepaald voor de bouwkundige uitvoering van opslagvoorzieningen, brandbestrijdingssystemen (preventief, preparatief en repressief) en arbeidsmiddelen.

Aan welke doelen moet uw bedrijf voldoen?

In de PGS Nieuwe Stijl staat de zogenaamde risicobenadering centraal. Deze brengt risico's en doelen helder in kaart. Heeft u zelf de kennis en kunde in huis om veilig omgaan met gevaarlijke stoffen te waarborgen? Dan kunt u duidelijk zien aan welke doelen uw bedrijf moet voldoen. Tegelijkertijd biedt PGS Nieuwe Stijl bedrijven die deze kennis missen de nodige informatie. Want de maatregelen om aan de gestelde doelen te voldoen, zijn uitgewerkt. Zo kunt u zelf toetsen of het redelijk is een maatregel uit de PGS op te volgen of niet. En als het nodig is andere maatregelen te treffen.

PGS en milieuwetgeving

Afwijken van de PGS richtlijnen mag op basis van gelijkwaardigheid. Daarnaast kan de richtlijn worden gekoppeld aan de WABO-vergunning, gespecialiseerd op het niveau van voorschriften.

Meer weten over de opslag van gevaarlijke stoffen?

Krijgt u te maken met de PGS 31 of andere richtlijnen voor de opslag van gevaarlijke stoffen? SPA WNP ingenieurs heeft de nodige kennis en expertise in huis om u te helpen. Neem gerust contact op!