Omgevingswet krijgt vorm

Omgevingswet

SPA WNP ingenieurs heeft de bouw, milieu en ruimtelijke aspecten van ontwikkelingen altijd al integraal benaderd. De wetgever wil dat nu ook doen, terecht want wij vonden het altijd al erg lastig uitleggen aan u als opdrachtgever dat je om een nieuwe fabriekshal te bouwen een aantal procedures moet doorlopen. We volgen de wettelijke ontwikkelingen zoals altijd op de voet.

 

De Omgevingswet is een raamwet, hierover hebben wij u in al geïnformeerd. Sinds kort zijn de onderliggende ontwerpbesluiten en richtlijnen gepubliceerd. De wet wordt hiermee concreter. 

 

Belangrijke verbeteringen die de wetgever ons beloofd zijn:

•    Meer ruimte voor bestuurlijke afweging plaatselijke overheden.
•    Gemeente bevoegd gezag (voor wateractiviteiten, waterschap), tenzij er sprake is van een “magneetactiviteiten” (dit is een activiteit waarvoor de provincie of het Rijk bevoegd gezag is), dan is het hogere gezag bevoegd.
•    Voor milieubelastende activiteiten kan in 90 % van de gevallen volstaan worden met rijksregels (activiteitenbesluit etc.), voor de overige 10% (Seveso-, IPPC- bedrijven, e.d.) blijft een aparte vergunningplicht gelden.
•    Vergunningverlening via de korte procedure, tenzij Europese of verdragsverplichtingen een uitgebreide procedure vereisen.
•    Inzichtelijkere m.e.r. regelgeving.
•    Inzichtelijke regelgeving over kostenverhaal.

 

De volgende ontwerpbesluiten waren van 1 juli tot 1 oktober 2016 in consultatie:

 

•    Omgevingsbesluit
•    Kwaliteit leefomgeving
•    Activiteiten leefomgeving
•    Bouwenwerken leefomgeving

 

Vervolgens moeten nog de aanvullingswetten geluid, bodem, grond en natuur en van de invoeringswet in consultatie. Dus alles ligt nog niet vast, maar de contouren zijn er wel.

 

De komende tijd blijven we u steeds informeren.


Omgevingsbesluit

Het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat er voor een aanvraag van een omgevingsvergunning één bevoegd gezag is. Meestal is dat de gemeente (eventueel gedelegeerd naar een omgevingsdienst), maar voor zogenoemde “magneetactiviteiten” (activiteiten met een gemeente of regio overstijgend belang: bijv. milieubelastende activiteiten bij IPPC en BRZO bedrijven, of activiteiten van nationaal belang) geldt dat het bevoegd gezag voor deze activiteit bepalend is. In het Omgevingsbesluit is een lijst van magneetactiviteiten opgenomen.

Altijd hetzelfde bevoegd gezag

Voor complexe bedrijven als bijvoorbeeld IPPC en BRZO inrichtingen geldt dat het bevoegd gezag voor alle soorten vergunningen hetzelfde blijft. Dus ook voor een bouw- of sloopactiviteit blijft de provincie of het Rijk bevoegd gezag. 

 

Voor watergerelateerde activiteiten is het waterschap of Rijkswaterstaat bevoegd gezag voor het watergedeelte, dat onderdeel blijft dus helaas nog apart in de nieuwe wet.

Advies andere bestuursorganen

Het omgevingsbesluit regelt ook hoe andere bestuursorganen betrokken moeten worden bij een vergunningaanvraag. Daarbij zijn er twee vormen:

 

•    Advies (vanuit bestuursorgaan met bijzondere deskundigheid);
•    Advies met instemming (vanuit bestuursorgaan dat het bevoegd gezag zou zijn, indien het geen magneetactiviteit zou zijn).

 

Indien in dat laatste geval geen instemming wordt gegeven, moet de vergunning worden geweigerd. 

Algemene regels en vergunningplicht

Ongeveer 90 % van de milieubelastende activiteiten komen onder algemene regels te vallen. Voor de overige 10 % van de activiteiten blijft een vergunning nodig. Het kan dus zijn dat u maar voor één installatie/activiteit een vergunning nodig heeft en voor de rest onder de algemene rijksregels valt. De vergunning is dus een aanvulling op de algemene regels. 
Het voordeel is dat u voor wijzigingen van activiteiten die onder de algemene regels vallen geen nieuwe vergunning meer hoeft aan te vragen, melden is voldoende. 

Vergunningplicht voor het gehele bedrijf blijft voor bepaalde IPPC-installaties waarop de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) van toepassing is en Seveso-inrichtingen (complexe bedrijven). Hier is het Europees recht uitgangspunt. Voor deze complexe bedrijven blijft de provincie bevoegd gezag. Ook voor bouw- en sloopactiviteiten bij deze bedrijven is de provincie bevoegd gezag. Alleen voor wateractiviteiten geldt dat waterschap of rijkswaterstaat bevoegd gezag zijn.

Procedure

In het Omgevingsbesluit zijn procedureregels opgenomen met betrekking tot:

 

•    Totstandkoming omgevingsplannen etc.
•    Bestuurlijk overleg
•    Kennisgeving meldingen en maatwerkvoorschriften
•    Participatie
•    Projectprocedure (projecten met een publiek belang)
•    Milieueffectrapportage
•    Financiële bepalingen (regels kostenverhaal)
•    Digitale voorzieningen

 

Kortom in het Omgevingsbesluit wordt de procedurele kant geregeld.

 

Kwaliteit leefomgeving

In het ontwerpbesluit kwaliteit leefomgeving worden de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het rijk gesteld met het oog op het realiseren van nationale doelen en het voldoen aan internationale afspraken.

 

Samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving geeft het Besluit activiteiten leefomgeving de regels voor burgers en bedrijven aan.

 

Daarbij stelt het Rijk regels voor:

 

•    Bescherming kwetsbare onderdelen fysieke leefomgeving (regels geur, geluid, externe veiligheid en cultureel erfgoed).
•    Beschermen onderdelen fysieke leefomgeving van nationaal belang (rijkswegen, defensieterreinen etc.).
•    Zorg voor aanvaardbare kwaliteit fysieke leefomgeving (buitenlucht en oppervlaktewater).
•    Waarborgen aanvaardbare kwaliteit van onderdelen van de fysieke leefomgeving waar een eigenaar/beheerder over gaat (bijv. bouwwerk).
•    Benadrukken algemene belangen in besluitvorming zoals voorkomen rampen, waterbelang, toegankelijkheid buitenruimte.

 

Deze zijn vertaald in instructieregels (regels voor bestuursorganen voor vaststellen) voor de volgende besluiten:

•    Programma 
•    Omgevingsplan en projectbesluit 
•    Waterschapsverordening 
•    Omgevingsvergunningen 

 

In deze regels is de bandbreedte aangegeven waarbinnen gemeenten afwegingsruimte hebben.

 

Ook zijn de rijksregels vertaald in omgevingswaarden, de staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De omgevingswaarden hebben betrekking op:

•    Luchtkwaliteit
•    Kwaliteit oppervlaktewater
•    Kwaliteit grondwater
•    Kwaliteit zwemwater

 

In het besluit zijn de regels opgenomen die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag/wijzigen/intrekken van een omgevingsvergunning. Allerlei AmvB’s, ministeriele regelingen en richtlijnen die in het verleden verspreid stonden zijn nu samengebracht in hoofdstuk 2 Omgevingswaarden.

Als laatste zijn in het ontwerpbesluit kwaliteit leefomgeving regels opgenomen over monitoring, gegevens beheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen van de toestand van de fysieke leefomgeving voor wat betreft waterkwaliteit, externe veiligheid, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed.

 

 

Activiteiten leefomgeving

Samen met het Besluit bouwenwerken leefomgeving staan hierin alle regels waar burgers en bedrijven zich aan moeten houden. Ook wordt erin geregeld voor welke activiteit een omgevingsvergunning nodig is. Het besluit bevat regels voor milieu, waterstaatswerken, (spoor)wegen, zwemmers en cultureel erfgoed.

 

De lijn van het activiteitenbesluit wordt hierin voortgezet. Per activiteit met gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden algemene regels gesteld. De basis is zorgplicht en eigen verantwoordelijkheid. Er zijn doelvoorschriften, middelvoorschriften en informatiever-plichtingen opgenomen. Voor 90 % van de activiteiten volstaat een meldingsplicht. Het bevoegd gezag moet op de hoogte worden gebracht voordat wordt gestart. 

Wanneer een activiteit zodanige gevolgen kan hebben dat het noodzakelijk is dat het bevoegd gezag dit eerst beoordeelt, is een omgevingsvergunning vereist.

 

Uitgangspunt is een verdere vereenvoudiging en samenbrengen van 20 wetten en regels in één besluit. Het Rijk stelt alleen nog maar regels om:

 

1.    De aan het Rijk toebedeelde taken (beschermen en beheren rijkswegen, rijkswateren en rijksmonumenten) te regelen.
2.    Een gelijk beschermingsniveau te borgen, bij activiteiten met nadelige gevolgen voor het milieu. 
3.    Internationale regels te implementeren (zoals milieu- en erfgoedregels).

 

Locatieafhankelijke regels voor bijvoorbeeld geur, geluid en externe veiligheid kunnen, binnen de in het omgevingsbesluit leefomgeving gestelde bandbreedte, lokaal worden vastgesteld. Dit betekent dat een initiatiefnemer ook het lokale beleid in de gaten moet houden. 

 

De regels voor milieubelastende activiteiten zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van het besluit. Er is zoveel mogelijk uitgegaan van het gezichtspunt van de initiatiefnemer. De activiteiten zijn gekoppeld aan bedrijfstakken of type bedrijven en per type wordt opgesomd welke activiteiten vergunningplichtig zijn. 

 

De opbouw van de regels is, dat hoe groter het risico hoe meer borging in de regels. De administratieve lasten zijn zoveel mogelijk beperkt.

 

De specifieke zorgplicht vormt het fundament, waar mogelijk is voor doelvoorschriften gekozen en als een maatregel wordt opgelegd, wordt het doel daarvan verklaard.

 

De benodigde gegevens voor een melding zijn eenduidig en zo beperkt mogelijk gehouden.

 

Bouwenwerken leefomgeving

De rijksoverheid werkt aan een nieuwe Omgevingswet. De beoogde invoering staat gepland in 2019. Doel van de nieuwe wet is het vereenvoudigen van de regelgeving. Tevens moet er door het decentraliseren van de regelgeving meer ruimte komen voor lokale overheden om invulling te geven aan hun omgevingsbeleid.

 

Onderdeel van de Omgevingswet is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit besluit bevat regels voor de veiligheid, gezondheid en duurzaamheid bij het (ver)bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken. De regels zijn afkomstig uit de Woningwet, het Bouwbesluit en de daarmee samenhangende ministeriele regelingen.

Wat verandert er voor u?

Op hoofdlijnen is het Bouwbesluit 2012 geïntegreerd in het Bbl en wordt dezelfde systematiek met doel- en middelvoorschriften (lees: functionele en prestatie eisen) opgenomen. Aan doelvoorschriften moet altijd worden voldaan, het middelvoorschrift biedt een betrouwbare werkwijze om te voldoen aan dit doel. Indien aangetoond is dat een maatregel gelijkwaardig is en aan het doelvoorschrift voldoet, mag deze op grond van artikel 4.7. van de Omgevingswet worden toegepast. 

 

Inhoudelijk wijzigen er een aantal aspecten op het gebied van de brandveiligheid en moet de rookwerendheid niet alleen beoordeeld worden op warme rook (S200), maar ook op koude rook (Sa). Met name bij zorggebouwen met veel rookscheidingen kan dit tot een aanzienlijke kostenverhoging leiden.

 

Opvallend in het nieuwe besluit is de verregaande deregulering van de eisen met betrekking tot de bruikbaarheid. Achtergrond hierbij is dat “de markt” zelf zou moeten weten wat bruikbare gebouwen zijn. Gelet op de ervaringen in het verleden met het aan de markt overlaten is het maar zeer de vraag of dit een wenselijke ontwikkeling is. Uiteraard biedt het ontwerpers en ontwikkelaars wel meer mogelijkheden en ontwerpvrijheden.

 

Het misschien wel belangrijkste verschil voor u als ontwerper of ontwikkelaar is dat er door decentralisatie mogelijkheden zijn voor het bevoegde gezag om aanvullende eisen op te stellen voor een bepaalde bouwlocatie of voor bouwen in het algemeen in de betreffende regio. Hierbij valt te denken aan strengere eisen met betrekking tot de energieprestatie en de milieuprestatie.

Hoe nu verder?

SPA WNP ingenieurs volgt de ontwikkelingen op de voet. SPA WNP ingenieurs is aangesloten bij NLingenieurs en heeft inmiddels samen met andere adviesbureaus een kritische brief gestuurd naar het ministerie van I&M over de invulling van het Bbl. 

Dat de Omgevingswet en daarmee het Bbl er komt is zeker. Voor u als ondernemer is het belangrijk om bij te houden wat de consequenties zijn voor uw (ver)bouwplannen. SPA WNP ingenieurs kan u hierin adviseren.

Wilt u meer weten over de Omgevingswet?