Externe veiligheid en de Omgevingswet

Externe veiligheid gaat over het beperken van risico’s. Bijvoorbeeld bij de opslag of het vervoer van gevaarlijke stoffen, de aanwezigheid van luchtvaart, hoogspanningsleidingen en windturbines. Hiervoor zijn allerlei wetten en regels, verdeeld over verschillende regelingen met vele afkortingen. Zoals Bevi en Revi voor inrichtingen, Bevb en Revb voor buisleidingen en Bevt en Revt voor transportroutes. En natuurlijk besluiten zoals het Activiteitenbesluit en het Vuurwerkbesluit.

Van vele regelingen naar twee besluiten

Met de komst van de Omgevingswet gaat de versnipperde regelgeving veranderen. Er komen twee besluiten die de kaders geven voor externe veiligheid:

  1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
  2. Besluit activiteiten en leefomgeving (Bal)

In het Bkl staan de instructieregels voor externe veiligheid en de algemene rijksregels vind je in het Bal.


 

Wat is nieuw?

Voor ieder omgevingsplan geldt als eerste de instructieregel: het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen. Deze is als eerste thema opgenomen in het Bkl. Het tweede thema is het beperken van de kans tot overlijden van personen door een ongeval in de omgeving van een gevaarlijke activiteit. Dit is de externe veiligheid zoals we die nu kennen.

 

Nieuwe beschermde functies

Binnen het huidige kader van externe veiligheid moeten de volgende functies beschermd worden: ‘beperkt kwetsbare gebouwen en locaties’ en ‘kwetsbare gebouwen en locaties’. De Omgevingswet voegt er één toe: ‘zeer kwetsbare gebouwen’. Denk aan gebouwen waar mensen verblijven met een beperkte zelfredzaamheid, zoals minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten. Bijvoorbeeld ziekenhuizen en andere zorginstellingen, gebouwen voor onderwijs voor minderjarigen of buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven, justitiële inrichtingen en asielzoekerscentra.

 

Activiteiten met risico’s

De Omgevingswet onderscheidt activiteiten met externe veiligheidsrisico’s en activiteiten met complexe externe veiligheidsrisico’s. De eerste komen overeen met de huidige categoriale inrichtingen. Hiervoor gelden gestandaardiseerde afstanden (bijlage VII van het Bkl). De huidige niet-categoriale inrichtingen worden in de Omgevingswet opgenomen als activiteiten met complexe externe veiligheidsrisico’s (bijlage VIIa). Voor deze activiteiten moeten de afstanden per geval berekend worden.

 

Plaatsgebonden risico

Het plaatsgebonden risico van 10-6 en de inachtneming daarvan blijft gelijk aan het huidige kader. Nieuw in de Omgevingswet is de term ‘veiligheidsrisicogebied’. Deze vervangt de huidige ‘veiligheidscontour’. Binnen het veiligheidsrisicogebied zijn zeer kwetsbare gebouwen niet toegestaan. Kwetsbare gebouwen zijn toegestaan als ze noodzakelijk zijn voor het gebied. Denk bijvoorbeeld aan bedrijfswoningen.

 

Nieuwe aandachtsgebieden

De Omgevingswet splitst het huidige plasbrandaandachtsgebied op in brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied. Dit om het type gevaar en de daarbij aan te houden afstanden beter te duiden. Binnen een aandachtsgebied zijn zeer kwetsbare gebouwen niet toegestaan.

Maatwerk blijft vereist

De Omgevingswet brengt het huidige versnipperde kader voor externe veiligheid onder in twee besluiten: Bkl en Bal. Verder blijft het systeem zoals we dat nu kennen grotendeels gelijk. Het lijkt er op dat de gewenste flexibiliteit van de Omgevingswet niet wordt bereikt als het gaat om externe veiligheid. Dus als het omgevingsplan activiteiten mogelijk maakt met externe veiligheidsrisico’s, blijft ook onder de Omgevingswet maatwerk vereist. Net als nu biedt SPA WNP hierbij graag ondersteuning!

Meer weten over externe veiligheid en de Omgevingswet?