Uitspraak stikstofdepositie heeft gevolgen voor vergunningen

Op 29 mei heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Door deze uitspraak valt de grondslag weg onder het PAS. Dit heeft gevolgen voor milieuvergunningen en bestemmingsplanprocedures.

Hoe werkt het PAS?

Het PAS is onderdeel van de Wet natuurbescherming en beschermt natuurgebieden tegen de vermestende en verzurende werking van stikstof uit de lucht. Met het PAS kan deze zogenaamde stikstofdepositie worden berekend en eerlijk worden verdeeld. De stikstofdepositie wordt veroorzaakt door emissies naar de lucht vanuit de veehouderij, verkeer, stookinstallaties en andere industrie. Het PAS is een methode om deze stikstofdepositie te berekenen. Deze moet binnen vastgestelde waarden blijven. De systematiek van het PAS is erop gebaseerd dat allerlei maatregelen worden getroffen om de depositie omlaag te brengen. De winst die dit nu en in de toekomst oplevert, wordt voor de helft weer uitgegeven als ontwikkelingsruimte. Dat maakte nieuwe initiatieven mogelijk.

 

Maar nu heeft de Raad van State geoordeeld dat het toekomstige positieve effect van de maatregelen niet voldoende vaststaat. Daarom mag er met het PAS geen nieuwe depositieruimte worden uitgegeven in vergunningen, meldingen, bestemmingsplannen en toestemmingen.

Gevolgen Wet natuurbescherming

Door de uitspraak van 29 mei valt de grondslag onder het PAS weg. Dit betekent dat berekeningen met AERIUS geen waarde meer hebben als het gaat om de drempel- en grenswaarde uit het PAS. En dat we de resultaten uit AERIUS niet kunnen gebruiken om aan te tonen dat een ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft op de doelstellingen voor flora en fauna. De provincies en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beraden zich op dit moment op een oplossing.

 

Op 11 juni heeft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een brief gepubliceerd waarin zij aangeeft voor het zomerreces van de Tweede Kamer met een oplossing voor de korte termijn te komen. Deze oplossing zal zich met name richten op het beweiden van dieren bij veehouderijen en de ruim 3.300 PAS meldingen die door de uitspraak ineens niet meer geldig zijn en waarvoor een vergunning nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming.

 

Om de gevolgen voor alle sectoren in kaart te brengen zijn crisisteams vanuit ministerie en provincie geformeerd. Op donderdag 20 juni is er een debat in de Tweede Kamer. Daaraan voorafgaand wordt door de minister meer informatie gepubliceerd over de stand van zaken.

Samenhang Wet milieubeheer en gevolgen voor lopende procedures

De Wet natuurbescherming haakt aan bij de Wet milieubeheer. Je krijgt pas een milieuvergunning als je hebt aangetoond dat de gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten gedekt zijn door de Wet natuurbescherming. Door de uitspraak van de Raad van State is nu onduidelijk hoe je de verplichtingen van de Wet natuurbescherming kunt invullen bij de aanvraag van een milieuvergunning of bij een bestemmingsplanprocedure. Provincies en gemeenten beraden zich hierover. In afwachting daarvan staan alle lopende procedures, waarbij stikstofdepositie relevant is, voorlopig on hold. En krijg je in zo’n geval tijdelijk geen vergunning.

 

Formeel is nog niets besloten, maar informeel tekenen onder andere de volgende oplossingsrichtingen zich af:

 

  • Geen toename ten opzichte van de referentiesituatie. Oftewel: aantonen dat de aangevraagde stikstofdepositie niet hoger is dan de depositie die op grond van eerder verleende vergunningen op een referentiedatum mogelijk werd gemaakt. Nog onduidelijk is wat welke referentiedatum gehanteerd zou moeten worden. Maar het ligt voor de hand om hiervoor de datum te nemen wanneer het natuurgebied de status Natura 2000 heeft verkregen.
  • Intern salderen: bedrijven die over bestaande rechten beschikken, kunnen mogelijk intern salderen. Door bijvoorbeeld een dieselwerktuig te vervangen door een elektrische variant zodat ruimte beschikbaar komt voor bijvoorbeeld het gebruik van een extra shovel.
  • Extern salderen: extern salderen is het overnemen van depositierechten van een bedrijf dat stopt. In het verleden was dit alleen mogelijk voor agrarische bedrijven onderling. De voorwaarden waaronder dit zou kunnen en de prijs van de depositierechten zijn op dit moment niet duidelijk.
  • De ADC-toets: dit is een toets waarbij aangetoond wordt dat er geen Alternatief (A) voorhanden is, dat er een Dwingende reden van groot openbaar belang is (D) en dat er Compenserende maatregelen getroffen worden (C). Deze oplossing lijkt vooral geschikt voor grote overheidsprojecten; de dwingende reden van groot openbaar belang is niet rond te krijgen voor een individueel bedrijf of plan.
  • Het uitvoeren van een passende beoordeling. Hierbij worden de gevolgen van de stikstofdepositie in kaart gebracht door een ecoloog. Als die tot de conclusie komt dat negatieve effecten op de natuur als gevolg van het initiatief uit te sluiten zijn, kan een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming worden verleend. De manier waarop een passende beoordeling moet worden uitgevoerd en de eisen waaraan die moet voldoen, zijn op dit moment nog niet duidelijk.

Het laatste nieuws

Op onze nieuwspagina staan de laatste ontwikkelingen. Heeft u nu al vragen? Neem gerust contact op met uw adviseur bij SPA WNP ingenieurs.

 

 

 

Lees hier de laatste kamerbrief van de minister van 11 juni 2019